Volgens recent onderzoek zijn jongeren rond de twintig geloviger en meer betrokken bij de kerk dan de generatie vlak boven hen. Wat merken we daar als doopsgezinden eigenlijk van? En hoe duiden Wieteke van der Molen en Henk Leegte uit het dopers tiental deze trend?
‘Nou, een trend… dat moeten we nog zien’, reageert Henk Leegte, predikant van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam. ‘Maar ik zie wel dat er de laatste tijd meer twintigers naar de kerk komen. Het leuke is dat dat als een soort vliegwiel werkt: ze nemen ook weer leeftijdgenoten mee.’
Enige voorzichtigheid lijkt inderdaad op zijn plaats, maar opvallend is het wel dat onderzoekers een kleine, maar opmerkelijke verandering signaleren in de belangstelling voor kerk en geloof. Decennialang nam die alleen maar af. Totdat vorig jaar uit het langlopende onderzoek ‘God in Nederland’ bleek dat generatie Gen Z, geboren tussen 2001 en 2007, zichzelf iets vaker gelovig noemt en iets vaker in God of een hogere macht zegt te geloven dan de generatie van de millennials net voor hen (voorpagina Trouw, 14 april 2025: ‘Voor het eerst zijn jongeren geloviger dan de generatie voor hen’).
Wortels
Leegte heeft wel ideeën over wat Gen Z beweegt om naar de kerk te komen. ‘Als ik jongeren spreek op zondag of bij een bijbelkring, dan hoor ik in hun verhalen een verlangen naar gemeenschap. Deze generatie is al vanaf hun geboorte online opgevoed, maar technologie brengt eenzaamheid met zich mee. Je wilt weleens ergens echte mensen ontmoeten voor gesprek en echt contact; daar fleur je van op. De kerk is daar heel geschikt voor.
Ik vind hier iets van wortels
Laatst zei een van de jongeren tegen me: “Ik vind hier iets van wortels”. Daarmee bedoelde hij: je onderdeel voelen van een cultuur, een verhaaltraditie en beseffen: de wereld is niet bij jou begonnen. Naar de kerk gaan relativeert je bestaan een beetje, het geeft je het gevoel dat je onderdeel bent van iets groters. Daarom kies ik in de dienst meestal gewoon voor liederen uit het Liedboek met orgelbegeleiding. Het is goed om je op zondagmorgen te realiseren dat het allemaal niet met ons begonnen is, maar dat we onderdeel zijn van een lange geschiedenis, die zich ook uit in cultuur, in muziek, orgelspel en in poëzie die vroeger anders was dan nu.’
Verlangen zonder taal
Het verlangen van jongeren om zich te verbinden aan iets dat groter is dan henzelf herkent Wieteke van der Molen, predikant-beheerder van Dopersduin en rector van het Doopsgezind Seminarium. Maar de neiging om een zondagse kerkdienst te bezoeken ziet ze dan weer helemaal niet bij de groep twintigers die elke maand voor belijdeniscatechese naar Dopersduin komt. ‘Ik zie binnen de doopsgezinde bubbel wel degelijk een beweging naar de kerk toe. Maar het is een ander soort kerk dan de kerk die we tot nu toe kennen.
Voor deze jongeren gaat het veel meer om dingen als de AKC, een avondsluiting, samen als vrijwilliger werken op Dopersduin. Een veilige plek, een gemeenschap waar je dingen kunt beleven, zoals in stilte ergens zitten, geraakt worden door een kaars of een lied. En natuurlijk dat verhaal over dat je jezelf kunt zien als schepsel, wat je houding ten opzichte van anderen verandert.
Twintigers zijn niet per se als eerste op zoek naar God, Jezus en de Heilige Geest, want dat veronderstelt een geloofstaal die ze totaal niet kennen. Ze weten helemaal niets over God en de Bijbel. Dat vind ik fascinerend. Ik denk dat het christelijk geloof nog nooit zoveel kansen heeft gehad als nu, omdat het voor deze jongeren totaal niet meer verbonden is aan concepten die aversie kunnen oproepen, zoals bij vorige generaties.’

Gen Z & doopsgezinden
Het onderzoek ‘God in Nederland’ laat zien dat Gen Z’ers een conservatieve inslag hebben en aangetrokken worden door tradities die robuustheid uitstralen, zoals die van de rooms-katholieke, oosters-orthodoxe of evangelische kerken. In hoeverre passen de doopsgezinden dan eigenlijk bij wat generatie Z zoekt?
Henk Leegte: ‘Doopsgezinden zijn er van oudsher goed in om nauw aan te sluiten bij de cultuur om hen heen, dus daar moet je op inzetten. Wij hadden hier laatst een doperse gespreksbijeenkomst over AI en ethiek. Daar kwamen honderdtwintig mensen op af, bijna alleen maar jongeren. Zo’n avond gaat dus niet over wat we vinden van AI, ik ga niet zeggen dat het slecht is of alles verpest of iets dergelijks. Maar het gaat over: wat betekent dat nou? Hoe ga je ermee om en wat doet ertoe? Dat spreekt jongeren aan.
Trouwens, ik hoor doopsgezinden uit het land weleens zeggen: “Wij hebben geen jongeren, dus wat daar bij jullie in Amsterdam gebeurt, dat kan bij ons niet”. Maar dat vind ik geen goed argument. Gespreksavonden over ethische vraagstukken kun je ook elders in het land organiseren.’
Van der Molen: ‘Ik denk dat wij als doopsgezinden ook veel kunnen leren van Gen Z. Zij zijn niet zozeer geïnteresseerd in verhalen over ‘zo doen wij de dingen nu eenmaal’, maar in de onderstroom, in wat echt en authentiek is. Dus moeten we bij onszelf onderzoeken wie we werkelijk zijn.
Gen Z’ers hebben geen enkele voorkennis over God en geloof, dus moet je de inhoud zelf aan ze uitleggen. Dat lukt alleen maar als je je belijden en je Godsbeeld goed kent. Het is het afkloppen van al het stof van je voeten, van al het onechte. Het gaat om de inhoud en niet om zaken als het kerkgebouw, de begroting of de verwarming. Dat is kerk zoals het zou moeten zijn, los van alle ballast. Het gaat om wie je werkelijk bent. En wat je doet.’
Deze aflevering van Dopers Denken verscheen eerder in Mondig 2.
Tekst: Marleen Kieft
Beeld: Kyle Smith
