Voor doopsgezinden in Nederland is de rol die hun anabaptische ‘familieleden’ in Latijns-Amerika spelen bij de ontbossing van het regenwoud pijnlijk. Het vredesgetuigenis staat centraal in het doopsgezinde geloofsleven, en het verlangen naar vrede en rechtvaardigheid strekt zich uit tot de hele Schepping, inclusief alle menselijke en niet-menselijke bewoners. De mennonitische groepen die zich in het regenwoud vestigen, leven echter erg afgezonderd. Ze luisteren niet naar geestelijke leiders buiten hun eigen kring. Er is zelfs geen contact met de Mennonite World Conference (MWC). Betekent dit dat er helemaal niets aan de situatie word gedaan vanuit de doopsgezinde familie? Gelukkig niet. In deze aflevering beschrijf ik wat er al gedaan wordt in de regio zelf. In de volgende aflevering hoop ik in te gaan op onze eigen rol.
De samenwerking met de Seedprotectors
In 2018 zochten leden van de inheemse organisatie Seedprotectors (Maya uit Zuid-Mexico) contact met de Noord-Amerikaanse organisatie Coalition to Dismantle the Doctrine of Discovery (hierna: Coalition).1 De Coalition, die deels een doopsgezinde en deels een inheemse achtergrond heeft, zet zich in voor het zelfbeschikkingsrecht van inheemse volken.
De Maya’s namen contact op nadat ze online over het werk van de Coalition hadden gelezen. Lars Åkerson, werkzaam voor de Coalition, vertelt tijdens een telefonisch interview dat ik met hem in juni hield dat de Seedprotectors aanvankelijk vooral hulp wilden om de mennonieten beter te begrijpen. Ze zagen dat hun nieuwe buren anders werkten en dat daardoor water en land vervuild raakten, maar wilden hen niet als vijanden beschouwen. Ze hoopten dat de Coalition hen kon helpen om de situatie te begrijpen en beter met de mennonitische buren samen te leven.
Inzet voor zelfbeschikkingsrecht voor inheemse volken
Dit was het begin van een langdurige samenwerking. Eerst waren er online gesprekken over elkaars tradities en ideeën. Daarna richtte de samenwerking zich op campagnes. Leden van de Coalition kregen contact met Die Mennonitische Post, een krant die veel gelezen wordt door mennonieten in Latijns-Amerika. Lars zegt daarover: “Ze waren bereid om korte stukken van ons te plaatsen, brieven waarin we schreven over de bijbel, het leven, onze relaties met anderen – ook buiten onze gemeenschappen, ecologisch handelen. Zo probeerden we een ruimte te creëren over deze dingen na te denken. De lezer vragen te stellen over hoe we de bijbel lezen als het over deze dingen gaat en hoe we met mensen omgaan die anders zijn dan wij”.
Daarnaast gingen de Coalition en Seedprotectors samen naar politieke conferenties over mensenrechten. De Coalition ondersteunde de Seedprotectors bij bijeenkomsten van de Verenigde Naties2 en de Europese Unie, bijvoorbeeld over verantwoordelijke handel in de landbouw. Hierdoor werd niet alleen de stem van de Maya beter gehoord tijdens deze bijeenkomsten. Het leidde bovendien tot een netwerk tussen de Mexicaanse Maya en andere Maya-groepen in Latijns-Amerika.
In 2023 en 2024 nodigden de Seedprotectors de leden van de Coalition uit naar hun eigen gebieden te komen en een aantal ceremonies bij te wonen.3 De Coalition-leden bezochten niet alleen de Maya partners, ze zagen ook kans in contact te komen met de mennonieten. Ze konden beide groepen interviewen.
Als mede-anabaptisten konden we net iets makkelijker relaties aanknopen met deze kolonies
Voor de Maya waren deze interviews belangrijk. Hun buren woonden vlakbij, maar waren niet te bereiken. Lars: “Als mede-anabaptisten konden wij net iets gemakkelijker relaties aanknopen met deze mennonitische kolonies. We wisten hun vertrouwen te winnen om zich meer te openen over wat hen bewoog en bezighield. We deelden wat we bij deze ontmoetingen met de mennonieten leerden met onze Maya partners, zodat zij konden beslissen hoe ze voort wilden gaan in het landconflict. Zij kennen hun context veel beter dan wij, dus zij beslissen wat ze willen doen en hoe ze te werk willen gaan.”
De Coalition profiteert ook van de samenwerking door een netwerk op te bouwen en hun eigen strategische communicatie te verbeteren. Lars: “Door mee te gaan met onze Maya partners komen we in contact met soortgelijke groepen en konden we een netwerk bouwen tussen inheemse groepen door heel Midden- en Zuid-Amerika. Dat vormt ook onze gedachten over de manieren waarop het economische en politieke systeem ook óns denken en doen bepaald heeft, en wat we moeten veranderen. Al doende leerden we hoe we als christenen een verschil kunnen maken voor getroffen gemeenschappen zoals die van de Seedprotectors. Daar schrijven we over.”
Gezien de omvang van het probleem van de ontbossing dat de mennonitische immigratie veroorzaakt in de verschillende landen van Midden- en Zuid-Amerika is de impact van de samenwerking in Mexico beperkt. Maar het toont wel een weg waarbij zachte diplomatie helpt om de stem van de inheemse bevolking te versterken.
Stof tot nadenken
De schaamte en onmacht die doopsgezinden voelen over de mennonieten in Latijns-Amerika zijn begrijpelijk. Maar verontwaardiging alleen is goedkoop. Volgens Åkerson zijn de mennonieten erg gevoelig om als zondebok te worden aangewezen. Daar zit iets in. Uit de pijnlijke situatie komt een uitnodiging om niet te kiezen voor verontwaardiging of schaamte, maar voor zelfreflectie. Daarover meer in de laatste aflevering, die komende donderdag verschijnt.
Tekst: Iris Speckmann
Beeld: Huzaifa Ochom