Mennonieten en ontbossing in Latijns-Amerika (deel 2)

Mennonieten en ontbossing in Latijns-Amerika (deel 2)

Achter de kolonisatie: Waarom de mennonieten het oerwoud kappen

In deel 1 bespraken we de schok en schaamte die veel doopsgezinden voelen over de ontbossing door mennonieten in Latijns-Amerika. Maar wie deze groepen zijn deze groepen en wat drijft hen? De beschrijvingen van deze mennonitische kolonisten laten een duidelijk beeld zien: het zijn witte mensen, veelal door gemigreerd vanuit Bolivia of Belize. Ze leven het liefst in afzondering, ver weg van de overheid, en zijn streng religieus. Ze trouwen alleen binnen hun eigen gemeenschap en hebben grote gezinnen. Ze bewaren hun eigen leefwijze en spreken Plautdiets, een mix van oud-Nederlandse en Saksische dialecten.

Journalisten beschrijven hen soms zo, dat je zou denken dat ze van een enge sekte zijn, die illegaal bomen kapt, of althans op schimmige wijze te werk gaat. Bij andere berichten lijkt van moedwil geen sprake, eerder van onwetendheid. De plaatselijke overheid of een of andere louche handelaar heeft hen het land verkocht, zonder daarbij rekenschap af te leggen aan de plaatselijke een oorspronkelijke bewoners.

Als we preciezer kijken naar de geschiedenis van deze mennonieten, worden bepaalde patronen zichtbaar, die ons helpen begrijpen wat er gaande is.

Een geschiedenis van trauma en migratie
De geschiedenis van deze mennonieten kenmerkt zich door traumatische armoede en religieuze vervolging. Toen ze in Nederland werden vervolgd trokken ze oostwaarts naar wat nu Duitsland, Polen en Oekraïne is.1 Soms waren ze al boer, soms werden ze gedwongen boer te worden, omdat ze uit andere beroepen werden verdrongen. Hun nood werd naar loop van tijd een deugd: ze bekwaamden zich zodanig in het ontginnen van ‘moeilijk te ontginnen gebieden’ dat de verschillende heersers ze graag zagen komen. De tsaar van Rusland bijvoorbeeld, maakte graag van deze groepen gebruik, om de verworven gebieden in wat nu Oekraïne is (en weer onder Russische druk staat) in te nemen.2 Daarbij werd de mennonieten de religieuze vrijheid beloofd waaraan het in de rest van Europa op dat moment ontbrak. Zo trokken de mennonieten naar Oekraïne. Deze geschiedenis herhaalde zich: nieuwe heersers kwamen op, mennonieten trokken verder, verdreven door politiek geweld, vervolging en armoede. Hierdoor vluchtten ze verder, bijvoorbeeld naar Canada.

Nieuwe heersers kwam op, Mennonieten trokken verder

Ook in Canada werden de mennonieten met open armen ontvangen door de overheid, die hen land en godsdienstvrijheid beloofde. Ze bewerkten het land dat Canada van de inheemse bevolking had afgenomen. Destijds dacht men dat inheemse volken nomadisch waren, het land niet echt bezaten of bewerkten, en dat ze hun gebieden voor weinig hadden opgegeven. De visie van de inheemse volken, die het land als een heilig geschenk van de Schepper zagen, werd in die tijd niet erkend, door de nieuwe (van oorsprong Europese) heersers. Het hele rechtssysteem voor landbezit was gericht op kolonisatie van de ‘nieuw ontdekte’ gebieden, waarbij inheemse bevolkingsgroepen als minderwaardigen werden verdrongen.3

De Canadese koloniale overheid wilde economische groei en welvaart in de ‘nieuwe’ wereld, die in hun ogen onontgonnen leek. Mennonieten waren hierbij gewild: eveneens ‘witte mensen’ die bereid en vaardig waren om de minder populaire, moeilijk te ontwikkelen gebieden in te trekken. Het was een zwaar bestaan, met grote armoede. Niet iedereen kreeg genoeg land om rond te komen, en toen de overheid zich toch begon te mengen in het onderwijs van de kinderen trokken groepen verder. Ze gingen begin van de twintigste eeuw naar Mexico, en later naar Paraguay, Uruguay, Belize en Argentinië.4 Zo verspreidden deze Plautdiets-sprekende Europeanen zich over heel Noord-, Midden- en Zuid-Amerika. Tegenwoordig trekken ze nog weer door en vestigen ze zich ook op het Afrikaanse continent.

Een voortdurend patroon van kolonisatie
Dit patroon herhaalt zich dus nog steeds: overheden willen land ‘ontwikkelen’. Ze willen ‘mee in de vaart der volkeren’ en verkopen land aan wie het kunnen en willen ontginnen. Helaas zijn de rechten van de oorspronkelijke bewoners vaak nog steeds slecht beschermd – een oude desastreuze erfenis vanuit de koloniale geschiedenis, waarin de wereldwijde rechtspraak is opgebouwd vanuit de (oorspronkelijk Europese) kolonisatoren. Zelfs als het inheemse landrecht wél is vastgelegd, wordt het via politieke corruptie en corruptie in de rechtsgang omzeild. 

Helaas zijn de rechten van de oorspronkelijke bewoners nog steeds slecht beschermd

De mennonieten spelen een rol in dit systeem. Het is moeilijk om ons in hen te verplaatsen als we ze zien als leden van een weerzinwekkende sekte. Maar om de situatie te kunnen veranderen, moeten we ze proberen te begrijpen. Ze voelen zich net als wij geroepen om samen te leven in navolging van Christus. Ze lijken op ons, vooral op het punt van geweldloosheid tegenover mensen en overheden. Echter, ze lezen de Bijbel vaak veel meer ‘op de letter’. Ze verstaan ook het Oude Testament letterlijker en begrijpen Genesis zo dat de mens is geroepen om de aarde te bewerken. Ze zien dit als hun roeping: van de wildernis een tuin maken die vruchten voortbrengt. Voor veel doopsgezinden is geloven: dóén, werken. Iets opbouwen te midden van een wereld van chaos en woestenij. Het idee dat de wildernis op zichzelf waarde heeft, is een visie van de inheemse bevolking, die wij vanuit ons moderner ecologisch inzicht de laatste decennia graag omarmen. Maar dat ecologisch bewustzijn is ook bij ons nog niet zo oud. In het grotere wereldsysteem zijn de mennonieten niet de enigen die dit anders zien, of die dit omwille van overleving terzijde schuiven.

Niet kwaadwillig, maar wel destructief
Kortom, wie een aandachtige blik werpt op de migratiegeschiedenis van deze mennonieten krijgt een vermoeden dat de geschiedenis van deze mensen gekenmerkt is door tragiek en (intergenerationeel) trauma. Ze hebben te maken gehad met grote, dodelijke armoede en vervolging. Hun hedendaagse realiteit zal vergelijkbaar zijn met alle boeren op de wereld: lage voedselprijzen, lagere oogsten door klimaatverandering, en (vaak ondeugdelijke) wetgeving die het verwerven van een goed inkomen ernstig bemoeilijkt. De meeste genuanceerde rapportages van de laatste tijd versterken zulk vermoeden. Ze wijzen niet op pure kwaadwilligheid van de mennonieten bij het kopen van land en bij de ontbossing.

En toch, zelfs als de drijfveer niet kwaadwillig is, gebeurt het kwaad wel degelijk. Deze vredelievende christenen spelen onmiskenbaar een destructieve rol in het wereldwijde systeem van ontginning en kolonisatie. Zij zijn niet de enigen, maar toch hebben ze deel aan de uitbuiting van de aarde. Niet alleen de inheemse bevolking, maar talloze menselijke en niet-menselijke bewoners van de aarde zullen hier een hoge prijs voor betalen. De kap van het regenwoud vernietigt het ecosysteem dat het leven op aarde ondersteunt. Zonder het Amazonewoud is onze aarde geen wereld waar je nog aangenaam kunt leven.

De laatste twee delen zullen gaan over onze eigen rol in dit complexe systeem en wat we kunnen doen. Deze laatste twee delen verschijnen op maandag 8 september en donderdag 11 september.

Tekst: Iris Speckmann
Beeld: Hufaiza Ochom